Morgen misschien

“harder….. snelller……meer…….”

en ik antwoord

“volhouden….schakel maar een tandje erbij…….”

en ik luister

“hou die cadans hoog!!!!”

en ik hijg en bijt me vast in die 3 cijfertjes

cervelo P3

Ik voel de structuur van het stuurlint om de aero bars in m’n handen. Ik hoor de banden over het asfalt suizen. De wind glijdt langs me. Alles loopt met subtiele geluidjes en ik trap verder. Ondertussen probeer ik aan de vragen te voldoen. De P3 is niet snel tevreden.

“jij mag mij rijden maar ik leer je hoe je mij mag berijden!”

De eerste keer fietsen was zo anders maar het was alsof ik door de fiets werd begeleid. Ergens ver van binnen praat de P3 tegen me. Als ik thuis door de gang loop, hoor ik hem niet fluisteren maar toch bemerk ik z’n aanwezigheid…

“Wanneer gaan we er weer op uit? Ik hoor niet stil te staan”

In aero-houding op een rijdende fiets gaan zitten is de eerste keer sensationeel en dan, heel snel, de meest fantastische houding die ik me kan voorstellen, op een fiets. Ik wil niet meer anders dan zo snel mogelijk de stad uit, de polder in, en fietsen.

Wat een heerlijkheid. Ik, de fiets we versmelten en alleen de combinatie en het stukje voor ons is de wereld geworden. De benen volgen wat wij, de fiets en ik willen. Ik bestuur de fiets niet maar samen duiken we de bochten in. Als ik nu fiets, kan ik me niets anders voorstellen dan fietsen.

Verder….langer…. harder…. De realiteit van deze nieuwe waarheid merk ik pas de daarop volgende dagen!

Ik voel waarom men er in het weekend op uit wil met de fiets. Waarom sommige de winter doorfietsen ondanks alle risico’s die dat met zich meebrengt. Elke wielrenner die ik zie fietsen, kijk ik na, terwijl ik uit het werk terug rij. Zal ik vanavond ook nog even op de fiets stappen?

Hoe vaak loop ik even naar de fiets toe. Even een hand op het frame leggen. Alleen kijken. Ja, ik weet het… nog niet.

Morgen misschien, als ik tijd heb.